De Princes koningin mag de genodigden ontvangen.

Het kind kijkt over the all-inclusive wereld. Het is blij dat de oude man met het halflange grijze haar over haar schouder meekijkt. Zijn haar is in zwart-witte veren gevangen en hij komt uit de ‘ander’ tijd.Het kind

De zwerfkeien zullen verplaatst moeten worden, want het volk wil gezellig in een kring. Met thee en koekjes uit theepotten met gekarteld gouden randjes. Bloemetjes aan roze takjes en toefjes schuim met glazen bellen.

De randweg ligt keurig in zijn bocht, het aanstormend verkeer is me niet gewend. Het stuurt dan ook richting binnenlijn. Gelukkig want de plassen ogen vervaarlijk nat en diep en de beek durf ik niet meer te nemen.

Wat ooit dagelijkse sport kon zijn, is nu verworden tot een gapend gat. Ook de korenbloemen in het met ijzerdraad omvatte perk hangen zielig op hun behaarde steeltjes. Het insecten hotel heeft uitnodigende gaatjes maar de landingsbaan is opgehoopt met dennenappels uit het afgelopen seizoen. De hommels zijn dan ook naar andere velden verdwenen. Misschien daar, waar de paardenbloemen hun pluizen verwaaien en hun parachuutjes laten landen tussen de kamille. Zwaar leunt de theegeur tegen de strak geschoren haag coniferen. Een laatste grens tussen de ‘ander’ tijd.verdwaald

Bungalows met schommelende terrassen knarsen de benen van de pop in deukjes. Jammerlijk hangt ze vergeten, half met een lamme arm in de tere bladeren van een verdwaalde roos. Verwaaid door een eeuwig trekkende zucht van dezelfde wind. Jaar naar jaar vanuit dezelfde hoek waar de straat onbeschermd de toegang ontsluit.

Een kind babbelt vanuit het portiek van een auto gezellig tegen een oudere man. Ik nader de bosjes van een vergeten weg en loop over rottende bladeren langs druppende bomen. De lucht omvat me vochtig, zwoel en zwaar.Vroeger zocht ik hier naar eikenbladen met galbulten, bibberend en zenuwachtig voor sluipende wespen.

Bramen, ik heb ze lang niet meer gezien. Van rood naar paars naar zwart, voorzichtig trek ik er een van de steel. Zurig met een lichte toon van rijpheid loopt het sap in mijn mond. Eigenaardig dat deze struiken nog zo onbekommerd aan dit asfalt kunnen staan, met overhangende takken uitnodigend om dit vrije fruit te genieten.

Keurig legt ze alles in patroon, subtiel voorzien met een gouden randje. Dit zal de illusie aan waarschijnlijkheid van echtheid heus wel benaderen. Want zo slim is het volk nu ook weer niet.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s