De mooiste steen ligt tussen duizenden verborgen en elke volgende kan mooier zijn.

In stilte rukken de kleine golven aan je tenen. Kuiltjes gravend onder je voet, wassend aan de rimpels van het kleffe zand. Kleine hoopjes klitten in je holtes en spartelend probeer je die klevende klodders kwijt te raken.Italie 461 Kleine schelpjes deinen mee op geinige golven en doen je denken aan de duizenden steentjes op het grindpad daar in een ver verleden op dat stille pad voor het huis van bezige mensen.

De landweg is nog te zien in zijn oorspronkelijke opzet en molen Anna staat er mooier bij dan ik ooit in mijn herinnering opgeslagen heb. Korenbloemen en klaprozen hebben plaats gemaakt voor bloemen waarvan ik de namen niet ken, maar het koren is dan ook verdwenen. Het rode jasje heeft plaatsgemaakt voor een slank afkledend donker zwart. De poelen water langs het modderige pad worden fijnzinnig beheerst in de ribbels beton van de waterkering.

Het huis is veranderd, de boerderijen ook. Strak geschoren gazon, puntige hekken en geraniums in potten. Met een beetje fantasie lopen de kleine paardjes nog los in een grote ruige wereld en kijkt de boer iets vriendelijker naar mij om.

De zomer – uitbundig als ie is – ontsluit ook dikke zware deuren. Uitnodigend met dunne strepen licht, brandmerken ze de muur en zachtjes waaien ze verleidelijk op een ruime kier. Met een bescheiden trilling schudden ze nog eens in hun scharnieren en piepen hun onverstaanbare taal. Fluisteren verder in beelden en trekken een gouden koord van herinneringen aan dromen die nog komen gaan.Italie 555

Dromen over talenten en werk. Over wijsheid en vervulling. Over ontwikkeling en kans.

In mijn kindertijd stond ik uren te slijpen aan een mes. Daar in die duistere stal, omhuld met het door de zon gefilterd stof in kleine schitterende sterren. Langzaam draaide ik met veel aandacht aan een gesleten steen. Roestend kuchte hij elke draai weer rond en een blik water trok elk spoor weer recht. De tijd verdween onder mijn vaardige kinderhand.

Uren zat ik aan de sloot en was heerser in de waterwereld, vervaarlijk scheppend met bamboe en oude nylon. De schaatsers verjagend van hun frêle spiegel en de kikkervisjes bergend in groen beplant glas.Italie 557

De grote vijver in een zinken teil maakte – evenals het met gras gevulde luciferdoosje voor het lieveheersbeestje – de belofte niet waar. En al snel besloot ik ook alle veldbloemen maar uit mijn kransen te laten, om al zittend op een steen gewoon prinses koningin te worden. Nee, eigenlijk niet die op die erwt maar een bepaalde gevoeligheid kwam toch vaak even de hoek omkijken.

Alice in Wonderland was dan ook mijn favoriete sprookje, niet dat mijn landgoed veel onverwachte spielerei had. Ik moest ’t doen met een verdwaalde grote steen als troon en de talloze roestige blikjes op het veld werden verfijnde glazen wijn voor mijn lieve onderdanen. Het eten verzon ik er gemakshalve ook maar bij.

Net als toen verdwaal ik nog graag even in een veld met korenbloemen, blauwe beloftes van sterren die maar niet van de hemel te plukken zijn. En koesterend in deze gedachten ontmoet ik steeds meer jonge mensen met de hand aan de strijkstok en de voeten dansend licht en fijn. In een ornament van dromen, lichtend terwijl volwassenen zo onverschillig kunnen zijn.

Advertenties